Een onvoorziene weergave van slotenmaker Sint-Pieters-Woluwe

Aan het Oudekerkhof bezijden de Kerk eindigde dit 14e stadskwartier. Zonderling in overvloed werden van een vier aldaar voor dit haardstedegeld opgeschreven huizen, drie bewoond via suppoosten aangaande Vulcanus, de wapensmid der goden, voor wiens „winckel en Packhuys’, direct Van Bleyswijck het Arsenaal ofwel Stapelmagazijn met Holland noemt, ze ieder het zijne immers zullen beschikken over bearbeid en gele­verd.

Een levendige catalogisering aangaande zo’n middeleeuwse stoof op dit einde betreffende een 15e eeuw mag men ontdekken in de roman met Reade, vertaald via Van der Noorda onder een aanhef ‘Een Jonkman aangaande Gouda’.

U bezit zichzelf niet desalniettemin met een condities gehouden van die overeenkomst en bovendien, naar we begrepen beschikken over, een gemeenteraad onjuist of onvolledig aan die overeenkomst geïnformeerd, betreffende wanneer resultaat een motie die eenzijdig nieuwe en onhaalbare eisen stelt.

Vier huizen verder bezat Jacob ‘een Stadsboode’ een appartement met drie haardsteden. Evenals de Schoutendienaars had hij het nuttig en benodigd geacht dicht voor dit Raadhuis zijn safaritent op te slaan, er hij ons groot deel aangaande bestaan leven doorbracht in dienst over Burgemeesteren en Regeerders der Plaats.

De buurman ernaast oefende ‘Inde 3 Candelaers’ dit schrijnwerkersvak uit. Nog een lakenbereider, in wiens huis ons gevelsteen prijkte betreffende ons afbeelding, waaronder stond te bekijken ‘Inde Schaepscoy’ wegens degenen welke dit konden. Voor de ongeletterden, wier reeks destijds zeer groot was, gaf de duidelijke voorstelling aangaande een schaapskooi aanwijzing genoeg teneinde te mogen begrijpen daar waar zij Corstiaen Cornelisz hadden te uitkijken.

Wandelend vanaf de Choorstraat over een Hippolytusbuurt telde men aan de oostzijde der ‘Pooltjesbuurt’ veertien huizen, waarin woonden: een tinnegieter; een zekere Mathijs Augustijnsz. van Cromvliet, een particulier die er ons dienstmaagd op nahield, die opgaf dat het woonhuis aangaande hoofdhaar meester vijf haardsteden bevatte; een lijndrager; ons goudsmid; een bruidstaart; een ‘cruyenierder’, die tegelijk goudsmid was en een brouwer Hendrick Fransz. Duyst Over Voorhoudt, die met 2 ketels en twee eesten werkte en ook het ambt betreffende stadsthesaurier bekleedde, dat jaarlijks op iemand anders overging.

Een Kloksteeg breekt onze wandeling langs dit Oude Delft een poosje af. Tussen een heleboel kleine huisjes, waaruit zij wegens­namelijk bestond, werden daar wel 8 ‘pro Deo’ (om ook niet) bewoond via arme weduwen, schoenlappers, enz., welke ook op de vest juiste einde van een steeg kosteloos huisvesting vonden.

De stadstrompetter, Cornelis Pietersz die dit huis op de zuidwesthoek in huur had met de stad, zeker dicht voor een regio waar hij 's nachts zijn officie uitoefende. Op hem slaat een vol­gende resolutie: „Op heden de 27e Mei 1600 beschikken over mijnen heeren Burgemeesteren en Regeerders der stad

Met de westzijde aangaande de zogeheten Pontemarkt, een gedeelte aangaande de Brabantsche Turfmarkt, aldus genaamd tot een ponten; die „

). Heel wat achternamen die op man eindigen, beschikken website over hun oorsprong te danken met een festival het ons der voorouders uitoefende.

‘Reynier, eertijds predicant’, had er een huis, het deze aan twee zusters verhuurde. (Bedoeld kan zijn Regnerus Donteclock, met 1577-1590 bedienaar aangaande het Goddelijk Woord in Delft, welke in laatstgenoemd jaar naar Voorschoten vertrok. Volgens een legger aangaande de verponding over 1620 was het woonhuis toen nog steeds eigendom van een weduwe aangaande Reynier Donteclock, predicant) Behalve hem woonde de dochter aangaande wijlen Andries over der Goes en eindelijk, op de zuidwesthoek van een Nieuwstraat, een zesde kleermaker aan het gedeelte over dit Antieke Delft.

. Aanvankelijk later vernemen ze misschien dat de maag en nog immers via ons klassiek hekeldichter, indien ‘ingenii largitor’ werden bezongen tot bewoning en behandeling bepaald, “zonder dat hy tselve huys int totaal ofte deele voorts (zou) mogen verhuyeren”.

Aan de westzijde betreffende een ‘Pooltjesbuurt’ vond men voor 282 jaar, precies indien thans, weinig woningen van particulieren. Het register geeft op – met zuid tot noord -: een kramer, een pottenbakker, ons ‘apteker’, een wijnkoper, alsnog ons apotecaris, de pasteibaksters ‘Agniesgen en Jannitgen Roelendochters gesusteren’, met een paar pasteiovens; ons wapenverkoper en een kramer op de hoek voor de Antieke Kerk in dit woonhuis genaamd ‘Den Gulden Eenhoorn’.

Dat zo'n ernstig vrouw, wie ons deel aangaande een opleiding betreffende toekomstige predikanten was toevertrouwd, mits „speelman’ op brui­loften en herbergen profane liedjes gezongen ofwel aan zijn blaas- of snareninstrument wereldse tonen ont­lokt zal beschikken over, mag je moeilijk aannemen. Evenwel zou men daartegen mogen aanvoeren het de Psalmen, om ze des te lekkerder in de herinnering te vestigen, met­vankelijk hier te lande op ‘waerlicke voysen’ werden gezongen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *